Jan Westerhof is al bijna 100 dagen de nieuwe radiodirecteur van de publieke omroep. Tijd dus voor een goed gesprek over de toekomst van publieke radio en de organisatie daarvan.
Je was zendermanager van Radio-1 en nu ben je directeur. Is er veel veranderd? ‘Ik ben in een andere rol komen terechtgekomen. Ik heb mijn opvolger bij Radio-1 – Laurens Borst – de afgelopen weken ingewerkt en wat zaken over moeten dragen aan andere zendermanagers. Ik kom steeds meer toe aan mijn nieuwe rol.’ Wat is dat voor rol? ‘Ik mag het team van zendermanagers aansturen en heb als doelstelling meer samenhang in het radiobeleid brengen. Die samenhang is er de afgelopen jaren al steeds meer gekomen, mede onder druk van bezuinigingen, maar er kan en moet nog veel meer gebeuren. Het in sneltreinvaart veranderen van het mediagebruik door de digitalisering stelt steeds hogere eisen aan de programmering. Ook heb ik een rol in het overleg met de omroepen op het snijvlak van omroepambities en de programmering van de zenders. Naast de zeven hoofdzenders, inclusief FunX, zijn we plannen aan het maken voor digitale themakanalen. We hebben in onze begroting voorstellen opgenomen voor aanvullend zestien van die heel specifieke thematische gerichte kanalen. En hoe reageren de omroepen op je veranderende rol? ‘Dat moet je natuurlijk eigenlijk aan de omroepen vragen maar ik heb het gevoel dat ze die verandering wel accepteren en ook wel de voordelen zien.. Ik merk in ieder geval dat in het overleg, het team van zendercoördinatoren de nieuwe rol wordt gegund. Het gaat er aan vergadertafels coöperatiever aan toe dan ooit. Die bijeenkomsten gaan steeds meer over de inhoud en minder over de procedures.’ Waarom zouden ze jullie die sturende rol nu ‘gunnen’? ‘Bij de bezuinigingen hebben we beloofd ‘meer met minder’ te gaan doen. En nu het goed gaat met FunX, bij Radio 5 de beluistering verdubbeld is, het profiel van Radio 6 goed is neergezet, Radio 2 succesvol is, 3fm en Radio 4 naar verwachting presteren en er bovendien plannen liggen voor zestien extra themakanalen, denk ik dat we krediet hebben opgebouwd. Ik denk dat het er ook mee heeft te maken dat we laten zien wel degelijk rekening houden met de ambities van de omroepen.’ Ik hoor je Radio-1 niet noemen? ‘Dat klopt. De trend daar is dalend en die trend moet gekeerd worden. Er wordt nu hard aan gewerkt, maar we weten pas in januari of onze nieuwe aanpak werkt. Uit luisteronderzoek blijkt dat 1 op de vijf Nederlanders iedere week naar Radio-1 luistert, maar ze luisteren wel steeds minder en er komen geen nieuwe luisteraars bij. We proberen nu luisteraars langer vast te houden door de programma’s meer op elkaar in te laten spelen. We gaan niet – zoals de Belgen gedaan hebben – plaatjes draaien en die alleen onderbreken als er nieuws is. Wij lossen het journalistiek op door gevarieerde programma’s – van magazine, nieuws tot onderzoeksjournalistiek te blijven aanbieden. De journalist in mij hoopt dat we kunnen laten zien dat dat werkt…’ Heeft het teruglopen van de beluistering van Radio-1 ook iets met de vernieuwingen bij BNR te maken? ‘Nee. BNR heeft tot op heden een marginale positie op de radiomarkt. Het is 0,5 procent luistertijdaandeel bij BNR versus zo’n 8 procent bij Radio 1. Ik volg wel met belangstelling de vernieuwingsoperatie, ik lees de heftige reacties van de luisteraars op de internetsite van BNR, maar we hebben BNR – op de dag dat hun nieuwe programmering van start ging – een mooie bos bloemen gestuurd en ze heel veel succes gewenst. En dat meen ik ook echt.’ Wat zijn succesvolle programma’s op Radio-1? ‘De sport- en de nieuwsuitzendingen zijn de grote trekkers op de zender. Naar het Radio 1 Journaal luisteren elke ochtend één tot anderhalf miljoen Nederlanders. Sportevenementen doen het ook heel goed. De Tour zorgt in de zomer gemiddeld voor 30% meer beluistering. En dan hebben we natuurlijk die historische radioprestatie april dit jaar gehad, op die zondagdag dat 3 miljoen mensen de ontknoping van de competitie bij Langs de Lijn volgden. Een enorme opsteker. Verder heeft een programma als het Oog op Morgen tussen 11 en 12 ‘s avonds - in zijn eentje - de helft van alle mensen die op dat moment radio luisteren aan zich gebonden. Dat komt echt nergens in de wereld voor. Verder blijkt dat Kassa op de radio het ook behoorlijk goed doet.’ Beeld op tv, op internet, op mobiel, op het station. Hebben mensen nog wel tijd om naar de radio te luisteren? ‘Ik ben daar heel positief over. Het is waar dat we in een beeldgeoriënteerde samenleving leven maar vanochtend las ik bijvoorbeeld dat mensen toch weer minder gaan surfen en chatten. En tegelijkertijd zien we dat de beluistering van radiokanalen via internet juist weer enorm toeneemt. Mensen hebben – als ze achter de computer zitten – graag de radio aan. Met al die nieuwigheden lijkt het gedrag van mensen snel te veranderen maar uiteindelijk gaan mensen media gewoon weer functioneel gebruiken. Interactiviteit is interessant, maar gewoon ‘passief’ luisteren voert de boventoon. User Generated Content is het buzz-woord momenteel, uit onderzoek blijkt dat veel internetgebruikers graag naar die filmpjes kijken, maar ze niet maken of insturen. Dus gewoon goede radio blijven aanbieden en sterke radiomerken bouwen, dat is onze belangrijkste opdracht voorlopig.’ In Engeland gaan mensen die het weten kunnen er van uit dat de BBC in 2015 radio niet analoog meer zal distribueren maar alleen nog digitaal. Durft u voor Nederland een voorspeling te doen? ‘Ook in Nederland hoop ik dat we rond 2015 niet meer analoog – dus niet meer via de FM en de AM uitzenden - maar alleen nog programma’s digitaal zullen aanbieden. We hebben de politiek geadviseerd op afkoppeling in 2005 te koersen.DAB gaat pas werken als iedereen meedoet en wat ons betreft wordt DAB de standaard. We overleggen over dit onderwerp ook actief met commerciële partijen en het ministerie omdat we het geregeld willen krijgen.’ Op 20 november is er voor de publieke omroep – onder de naam NPOX - een groot festival in het gebouw van Beeld en Geluid. Wie wil u daar graag ontmoeten? Het programma is opgezet volgens een soort cafetariasysteem, net als bij het moderne mediagedrag, voor ieder wat wils. Er valt dus wat te kiezen. Natuurlijk kunnen niet alle programmamakers zich vrij maken om twee dagen naar het NPOX te komen, we blijven immers gewoon radio en televisie maken. Maar ik hoop dat makers toch een gaatje in hun agenda zoeken. Het aanbod ziet er veel belovend uit, zoveel mogelijk toegesneden op de huidige praktijk en hier en daar toekomstbespiegeling. De derde editie van het Wereld Audio Festival voor radiojournalistiek, hebben we dit jaar geïntegreerd in NPOX, dus ik hoop daar ook veel radiomakers en radiomanagers te ontmoeten en te spreken. [bron] |