|
Digitaal Optimaal Sinds zijn ontstaan maakt de radio-omroep gebruik van analoge uitzendingen: in AM (amplitudemodulatie, vooral op de middengolf) en in FM (frequentiemodulatie op de FM-band). Zoals andere media zet de radio nu resoluut de stap naar digitale uitzendingen. Digitale uitzendingen openen een waaier nieuwe mogelijkheden die de radiobeleving rijker en intenser kunnen maken, en die radio beter kunnen laten inspelen op de eigentijdse noden van de luisteraar. Wat die verrijking precies is, hangt af van de manier waarop je luistert. Het type ontvangsttoestel speelt een rol (keukenradio, hifitoren, pc, settopbox, gsm, walkman, autoradio…), het transportkanaal (luisteren via het Internet, DAB, ,DVB-T), het profiel van het net (informatie, spelletjes, muziek, lifestyle…), het profiel van de luisteraar (meerwaardezoeker, jongere…) en de luisteromstandigheden (thuis, op het werk, onderweg, mobiel…). Kortom, digitale radio betekent meer radio, betere, interessantere radio, radio die beter tegemoet komt aan de verwachtingen en de toekomstige behoeften van de luisteraars. Het is de taak van de openbare omroep die toekomst voor te bereiden en veilig te stellen. Daarom wil de VRT zijn digitaal radio-aanbod op een consistente manier aanbieden op alle geschikte platforms, naarmate ze beschikbaar komen. Op dit ogenblik zijn dit de belangrijkste nieuwe uitzendplatforms: DAB (Digital Audio Broadcasting): de wereldstandaard voor ruisvrije kwaliteitsontvangst van digitale radio met verrijking, ook mobiel. Internet: brengt radio via audiostreaming over de hele wereld op pc’s, pda’s en andere webdevices. DVB-T (Digital Video Broadcasting): in het pakket dat met draadloze digitale tv-ontvangst via de settopbox kan ontvangen worden, is ook plaats voor digitale radio. [bron: VRT] Concurrent Digitale Radio wordt vooral een concurrent van FM-radio. Is FM-kwaliteit al een hele verbetering ten opzichte van die van de middengolf, de digitale uitzendingen maken opnieuw een kwaliteitssprong mogelijk. DAB-uitzendingen hebben absoluut geen ruis en muziek heeft bijna CD-kwaliteit. Er zijn zelfs plannen om er ook surround sound aan toe te voegen. Daarnaast kan met de radiosignalen aanvullende informatie worden meegestuurd. DAB-ontvangers zullen standaard voorzien zijn van een klein scherm waarop bijvoorbeeld uitgebreide verkeers- of programma-informatie is te lezen. Ook is de ontvanger te programmeren op de eigen voorkeur voor nieuwsberichten. De radio selecteert dan bijvoorbeeld al het sportnieuws en toont dat eens per uur op het scherm. Een logische toepassing in omroepland lijkt tenslotte ook het versturen van een elektronische programmagids, waardoor videorecorders automatisch het juiste programma kunnen opnemen. Wie DAB wil ontvangen heeft echter wel een nieuwe radio nodig. De techniek Een DAB-zender maakt geen gebruik van de analoge FM- of AM-golven, maar van digitale signalen. In plaats van een gemoduleerde geluidsgolf worden er datapakketjes verzonden. Het zenden zelf gebeurt nog wel draadloos via een zendstation op aarde. Dat is meteen ook het grootste verschil met internetradio, waarbij ook digitale datapakketten worden verstuurd, maar dan via een internetaansluiting. Bijna CD-kwaliteit De belangrijkste stukken technologie achter DAB zijn het audiocompressie-schema Musicam en de digitale modulatie-techniek COFDM. Musicam is eigenlijk een broertje van MP3 en brengt de benodigde bit-stroom terug met een factor 7 à 10. Die bit-stroom ligt dus veel lager dan de 1,4 megabits per seconde van een audio-CD, maar uit psycho-akoestisch onderzoek blijkt dat de meeste luisteraars geen verschil horen tussen het origineel en de gecomprimeerde audio. Het is dus geen echte CD-kwaliteit, maar tenzij u gouden oren hebt, zult u het verschil niet merken. Minder storingen De tweede component is COFDM, wat staat voor Coded Orthogonal Frequency Division Multiplex. Terwijl een FM-signaal uit slechts één draaggolf bestaat (één frequentie komt overeen met één radiostation), telt CODFM op dezelfde frequentie 1.536 individuele draaggolven. Elke golf heeft een lage bit-stroom en is dus minder gevoelig voor storingen. COFDM maakt het ook mogelijk om verschillende programma’s in een multiplex (ook wel ensemble genoemd) op dezelfde frequentie uit te zenden, waardoor het beschikbare radiospectrum efficiënter benut wordt. Wat is multiplex? Zo’n ensemble kan flexibel worden samengesteld. De omroep bepaalt hoe hij de totale beschikbare capaciteit (zo’n 2,3 Mbit/s (ruw)) verdeelt. Die samenstelling kan zelfs in de loop van de dag veranderen. Een radiostation dat ’s nachts niet uitzendt, kan bijvoorbeeld zijn capaciteit vrijgeven voor een datadienst. Om de ontvanger de kans te geven dat allemaal goed bij te houden, is er een stukje van de totale capaciteit vast gereserveerd voor de boekhouding: in dat deeltje, dat FIC (Fast Information Channel) heet, wordt zorgvuldig bijgehouden hoe de rest van het ensemble is georganiseerd. Ook wanneer er een wijziging in de samenstelling plaats vindt, wordt dat enkele seconden op voorhand duidelijk gesignaleerd, zodat de ontvangers probleemloos kunnen volgen. De 'F' in FIC staat voor fast, omdat de codering van dat kanaal snel kan gebeuren. Dat is hard nodig, bijvoorbeeld tijdens het afstemmen. De rest van het ensemble decoderen vraagt wat meer tijd, precies door die vele mechanismen, foutcorrectie, bitvervlechting enz.. Dat is overigens ook de oorzaak van de vertraging (ongeveer 1 seconde) waarmee het geluidssignaal uiteindelijk uit je luidsprekers komt. [bron: Publieke Omroep]
|